Publicaties


Lezing gehouden op het 2de europese congres voor reflexologie in September '96 te Apeldoorn.

Is slechts een kaart de juiste?

door Thijs Versteegh

Het antwoord op deze vraag kan niet anders dan JA zijn, één kaart is maar de juiste!, al zijn er nog zoveel kaarten in omloop. Ik zou graag met de kaart komen die het 'is', maar ik zet louter alles eens op een rij, stel vragen, die daarbij opgekomen zijn bij mij en ventileer wat gedachten. Ik hoop dat u er iets van meeneemt naar huis en uw werk. Dan werken we samen aan de antwoorden en spreken elkaar daarover een volgend congres weer.

Eén kaart kan er maar de juiste zijn, ALS er zoiets als een projectie van het lichaam op de voet bestaat. Ik zeg ALS, want het hele idee van projectie is een hypothese. Op de laatste ICR conferentie in Vancouver sprak Sandy Rogers, over afschaffen van alle voetkaarten. Er zijn zeker 50 verschillende en hoe kunnen we daar ooit op een professionele wijze mee voor de dag komen. Onze therapie is de meest effectvolle die er bestaat, de therapie van de toekomst. We weten toch dat het werkt. Laten we ons gaan bezighouden met wat er werkelijk op de voet te vinden is, botten, spieren, bindweefsel en zenuwen en niet met bijvoorbeeld een nierzone, waarvan het bestaan discutabel is en die bovendien op verschillende kaarten verschillend gesitueerd wordt. We behandelen toch de hele voet, met een eventuele nadruk op gevoelige zones. En diagnostiseren mogen we niet. Zo pleitte zij. Ik ben het geheel eens, dat we hier een geweldige therapie hebben. Ik weet het en zelfs dan nog sta ik soms weer verbaasd wat die therapie vermag. Dit voorjaar behandelde ik een vrouw met succes, die negen jaar leed aan chronische CO vergiftiging, waardoor veel zenuwfuncties zeer slecht functioneerden. En dit ondanks het feit dat ze tijdens de uren van behandeling nauwelijk op kon houden met over andere dingen te praten. Maar.....hoewel ik ook veel twijfels heb over de kaarten voel ik me toch niet bereid de ervaringen van velen die tot die kaarten geleid hebben zo maar overboord te zetten. Ik ben eerder geneigd te geloven dat er iets van waar is. Alleen wat ik geloven moet, wist ik dat maar..

Ik wil in de eerste plaats pleiten om een strikte scheiding te maken tussen de bruikbaarheid van bepaalde zones in therapeutisch en diagnostische zin en de projectietheorieën. Deze twee worden over het algemeen nogal verweven. Laten we eens kijken hoe kaarten eigenlijk ontstaan. Er wordt een aantal effectieve zones gevonden en dan wordt er op een 'logische' wijze geinterpoleerd. Natuurlijk, het is dé manier van wetenschap bedrijven. Op basis van bepaalde gegevens wordt een hypothese gemaakt (in dit geval een kaart), die dan weer getoetst wordt. Maar hoevelen van ons zijn zich er steeds van bewust dat de kaarten allemaal hypotheses zijn en wie weet er op hoeveel cq. hoe weinig min of meer zekere gegevens deze hypothese gestoeld is. We weten weinig. We moeten ons bij de feiten houden en dat is moeilijk, want we willen zo graag een logisch systeem. Maar dat willen werkt juist wishfull thinking in de hand, zeker als we te weinig stilstaan bij het feit dat het niet meer dan een hypothese is.

Ondanks het feit dat we niet veel weten, weten we wel, ik kan het niet genoeg benadrukken, dat ervaren reflexzonetherapeuten na jaren lang gewerkt te hebben bepaalde zones menen te kennen. En mijn uitgangspunt is, ik zei het al eerder, dat we daar van uit moeten gaan, tot het tegendeel bewezen is. Teveel ervaring om zo weg te gooien, en daar komt uw en mijn ervaring nog eens bij. MAAR, laten we kritisch blijven en niet aan wishfull thinking doen; in nagenoeg alle gevallen is die ervaring louter klinisch en niet gedocumenteerd en van toetsing van de gemaakte hypothese is al helemaal geen sprake. En die toetsing is iets,waar we wel me zouden moeten beginnen in mijn ogen.

Maar terug naar de lezing van Sandy Rogers in Vancouver voor een aardig detail. Ze toonde o.a. een kaart als deze, fig.1 waarbij de bovenste cervicale wervel veel lager ligt dan op de meesten. Er is een gap tussen hoofd en nek. Hoe kan zo het centrale zenuwstelsel communiceren met het lichaam vraagt zij zich grappend af. Grappend ja, zoals we allemaal zo vaak lachen om 'prachtige' voetkaarten. Ik vind dat zelf ook heerlijk en heb in Vancouver smakelijk meegelachen. Maar..als we er serieus op ingaan - ze vertelde het tenslotte om haar idee, de kaarten af te schaffen, kracht bij te zetten - is het nodig dat de projectie van het hoofdgedeelte van het centrale zenuwstelsel op de voet communiceert met de projectie van het lichaam alweer op de voet? Onbewust wordt hier meestal JA op geantwoord, maar geachte collegae, het is een cruciale vraag die ik hier stel. Ik herhaal hem nu iets gemodificeerd : Is het nodig dat op de voet de meest bruikbare projectie van het hoofdgedeelte van het centrale zenuwstelsel communiceert met de meest bruikbare projectie van de nek? Het schijnt zo te zijn dat projecties op de voet of waar dan ook op het lichaam 'logisch (zoals in het lichaam)' gerangschikt moeten zijn om waar te kunnen zijn. Een vaak zonder enige bewuste overweging aangenome axioma, dat weleens helemaal niet juist zou kunnen zijn. Een vaak gemaakte gedachtefout, waardoor de 'kaarten' zijn ontstaan, waar nu de twijfels over rijzen. Natuurlijk, geen theorie zal geaccepteerd worden als die niet 'logisch'is, maar er zijn zoveel vormen van logica. Als je je onbewust aan één vasthoudt, kan het wel eens helemaal misgaan. Ik zal het u laten zien: we nemen daarbij aan dat de 'anatomische' kaart waar is. Op het zelfde ICR congres waar Sandy Rogers sprak hield Hang Xiongwen uit China een lezing met de titel 'Reflexes in the lower leg',waarin hij de ECIWO theorie van Zhang Yingquing uiteenzette. Deze theorie houdt in dat het hele lichaam op alle onderdelen gereflecteerd wordt, als bij een holografisch systeem (fig.2). Dit gaat zover natuurlijk dat ook de metatarsalia opnieuw alles reflecteren (fig.3b), zoals Zhang Yingquing dat al aangaf voor de metacarpalia (fig.2b). Als we nu om het simpel te houden de twee kaarten (fig.3a en 3b)in één brengen krijgen we het volgende beeld (fig.4). En wie van U wil nu beweren dat er niet een gap kan zitten tussen de nek-reflex geprojecteerd net onder het caput ossis metatarsalis I en de hoofdreflex behorend bij de projectie op de hele voet. Het lijkt een academisch spelletje dat ik nu speel, maar het is de kern van wat ik wil zeggen in dit verhaal. Laten we kritisch zijn en als we een hypothese aannemen niet te gauw iets wat daar niet 'inpast' afwijzen, of uit wanhoop alle opgebouwde ervaring overboord zetten. Één locatie sluit een andere niet uit en een kaart van de meest efectieve zones is misschien in zichzelf geen logische kaart omdat het zones uit verschillende microsystemen bevat. Er wordt onderzoek gedaan in de wereld. In Nederland helaas nauwelijks, maar o.a. in Denemarken zoals velen langzamerhand weten behoorlijk uitgebreid. Leila Eriksen heeft daar als voorzitster van de onderzoekscommissie van de FDZ op vorige congressen uitvoerig over gesproken. Door deze studies wordt overduidelijk en op wetenschappelijk wijze aangetoond hoe effectief reflexzonetherapie is bij verschillende ziektebeelden. Echter, er wordt gewerkt met standaard behandelingen, een behandeling van de hele voet, zodat we door deze studies niets over de precieze ligging van de verschillende reflexzones te weten komen. Een opmerkelijke studie van Bill Flocco en Terry Oleson uit de VS, (Obstetrics and Gynaecology 1993) probeert wel 'plaats te bepalen', al is dat niet het doel van de studie. Er wordt een groep clienten voor PMS behandeld via de aangenomen goede zones en een andere groep, de controle groep, via aangenomen totaal irrelevante zones fig.5. De resultaten waren opvallend; een verbetering van 46% van de gedocumenteerde PMS- klachten bij de eerste groep tegen een verbetering van 19% bij de controle groep. Toch twijfel ik of we wat mijn vraag betreft veel kunnen met deze resultaten. Flocco past gecombineerde hand-,oor- en voetreflexzonetherapie toe, waardoor het moeilijk wordt om iets te zeggen over de effectiviteit van de verschillende zones op de voet. Het kunnen immers de punten in het oor geweest zijn die het bereikte opmerkelijke positieve resultaat bewerkt hebben. Een ander belangrijk punt is dat de controle groep behandeld werd door gediplomeerde therapeuten die dus wisten dat ze een 'irrelevante' behandeling gaven. We moeten ons afvragen hoeveel invloed dit kan hebben. Vaak wordt er door sceptici gezegd dat de resultaten die reflexzonetherapie oplevert louter het gevolg zijn van een mentale invloed, een placebo effect dus. Of we het verschrikkelijk moeten vinden als de therapie voor een deel op een placebo effect zou berusten wil ik hier in het midden laten, maar wel is van belang dat de studie zo gedaan is dat het resultaat zou kunnen berusten op het feit dat de therapeuten onbewust 'overbrachten' aan hun clienten dat ze een correcte behandeling gaven of een 'verkeerde'. Op dit gebied zijn er dus noch gedocumenteerde klinische studies, noch studies met controle groepen. Tot nog toe heb ik 'gespeeld' met de meest verbreidde hypothese, de anatomische kaart, er zijn er evenwel meer. Ik kan hier niet ingaan op alle verschillende, die ik ken. Alleen de hypothese gebaseerd op de segmentale opbouw, die Jan Dries uiteen gezet heeft wil ik hier nog even belichten. Het idee komt van Bourdiol, die het lichaam op verschillende plaatsen/botten in het lichaam projecteert. In fig.6 toon ik als voorbeeld het os coxae, waarbij Bourdiol ook vermeldt, wat zijn uitgangspunten zijn: galblaas 26 en 27, punten die hun klinische bruikbaarheid ruimschoots bewezen hebben bij symptomen die te maken hebben met de dermatomen Th 7 en Th12-L1. Een interessant gegeven, maar voor een andere keer. Jan Dries heeft het voor de voet verder uitgewerkt. Head ontdekte aan het eind van de vorige eeuw de segmentale opbouw van het lichaam en de relatie tussen organen en dermatomen, die geinnerveerd worden door zenuwen, die hun oorsprong hebben in het zelfde rugwervelsegment. (fig.7a). Zoals we gehoord hebben,wordt volgens Jan Dries het lichaam op de voet geprojecteerd volgens dit principe, segmentaal (fig.7b). Ik zelf vind het een zeer 'aantrekkelijke' hypothese, maar vraag me toch af in hoeverre de theorie op feiten is gebaseerd en inhoeverre de feiten op de 'aantrekkelijke' theorie? Veel zones van de anatomische kaart komen ongeveer overeen met de zones volgens de segmentaal opgebouwde kaart, dus op basis van deze zones zouden beide theorien kunnen. Er zijn natuurlijk ook verschillen, vooral daar waar de ligging van de organen opvallend naar beneden of boven is verschoven ten opzichte van de uittree plaats van de spinale zenuw, die ze innerveert. De dunne en dikke darm zijn hier een goed voorbeeld van. Maar zelf bij deze organen zijn de zones min of meer op de zelfde locaties volgens beide systemen( fig.8), omdat de innervatie van de dunne en de dikke darm elkaar overlappen. (nl. Th 6 -th 11 en Th 9- L 1). U ziet, ook nog twee toch wel behoorlijk verschillende theorien, die nauwelijks beide waar kunnen zijn, en die beide gebaseerd zijn op vaak dezelfde ervaringsfeiten en door interpoleren tot een kaart en bijbehorende theorie gevormd zijn. Hypothesen dus, zonder dat precies duidelijk is waarop ze gebaseerd zijn. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat de organen die geinnerveerd worden van uit de wervelsegmenten th 9 en lager op de voet te vinden zijn en de organen die door Th5 en hoger geinnerveerd worden op de handen of gezicht, daar door sommige onderzoekers is aangetoond dat de sympathische verschijnselen ( vasomotoriek,sudomotoriek, pilomotoriek en trofisch invloeden,(veran- derde consistentie, elasticiteit van de huid)) op deze manier verdeeld waargenomen kunnen worden bij prikkeling van de zenuwen uit genoemde segmenten.Ik laat hier als voorbeeld de sudomotorisch phenomenen zien (volgens van Cranenburg 1985/-87) (fig.9). We zijn, denk ik, nu zover in het professionaliserings-proces, dat we onszelf verplicht zijn, zolang we welke kaart dan ook 'gebruiken' de bruikbaarheid van bepaalde zones voor bepaalde delen van het lichaam te gaan onderzoeken . En bovendien zal het verstandig zijn de grootst mogelijke voorzichtigheid te betrachten bij het vastkoppelen van een projectietheorie aan de therapeutische en diagnostische bruikbaarheid van bepaalde zones. De klinische bruikbaarheid kan onderzocht worden en gedocumenteerd. Ik wil daar wat suggesties voor geven. Er moet om dit te bereiken aan goed gedocumenteerde voetdiagnostiek gedaan worden. We kunnen ons kritisch afvragen wat de verschijnselen aan de voet precies zijn die we constateren. Er zijn twee categorieen van verschijnselen, die meestal niet voldoende duidelijk onderscheiden worden. Te weten: A:verschijnselen die de therapeut kan constateren: verandering in de huid (roodheid,zogenaamde puffiness enz), en verharding van de huid of het subcutane bindweefsel of spierweefsel, veroorzaakt door somatische (spier) of sympatische (huid) innervatie. En B: zones die bij palpatie pijn veroorzaken zonder dat de therapeut dat kan constateren, louter sensibel dus of gecombineerd sensibel/sympatisch. Ik wil ter verduidelijking één voorbeeld noemen. Waar over het algemeen de nierzone gelocaliseerd wordt, kan een verharding gevoeld worden, die bij enige druk heel pijnlijk kan zijn. Maar wat is er nu eigenlijk op de voet aan de hand, waardoor we dan concluderen dat het niergebied overbelast is. Dat wordt nergens beschreven en dat is nu juist nodig op een manier die exact is en voor zowel reflexzonetherapeut als ieder ander in de medische wereld, alternatief en regulier, ondubbelzinnig. We zullen moeten bepalen of het hier gaat om verharding in de musculus flexor digitorum brevis, die precies op die plaats zijn buik heeft (fig.10a), of het het periost van de basis ossis metatarsalis II is (fig.10c), die de pijn veroorzaakt of dat de elastisciteit in het subcutane weefsel minder is dan voor gezond gehouden wordt. En is het dit laatste, dan zullen we volgens een adequaat systeem van plaatsbeschrijving de cutane zone moetem localiseren. We zullen kortom dezelfde taal moeten gaan spreken en duidelijk definieëren om ooit die ‚ne kaart te kunnen krijgen die het positieve antwoord op de door mij gestelde titelvraag waar zal maken, een kaart die niet op hypotheses berust. Maar, als dit verhaal naar uw smaak te theoretisch is, voel u dan alstublieft vrij om voorlopig de kaart geheel te vergeten. De therapie zal net zo effectief zijn. Dank u voor uw aandacht. Verantwoording afbeeldingen: fig.2 uit ICR Transcript, Vancouver September 1995 fig.5 uit Terry Oleson and William Flocco, Randomized Controlled Study of Premenstrual Symptoms Treated With Ear, Hand and Foot Reflexology in Obstetrics and Gynecology 1993;82:906-11 fig.6 uit Ren‚ j. Bourdiol, R‚flexothérapie somatique, Maisonneuve 1983 fig.9 uit B. van Cranenburgh, Segmentale verschijnselen, Utrecht/Antwerpen 1987